Door Vacature op 17 november 2013

Democratie en tegenspraak

“Het beste argument tegen democratie is om 5 minuten te praten met een gemiddelde kiezer”. Deze uitspraak van Winston Churchill schoot me te binnen toen ik in de Volkskrant van 2 november een bijlage aantrof die geheel gewijd is aan het onderwerp democratie. Met de politieke opvattingen van de Britse staatsman heb ik niet veel op, maar op het gebied van communicatie vind ik het iemand van wie je wel iets kunt leren.

De Volkskrant-bijlage is best informatief, maar ook erg voorspelbaar. Een stuk over de opmars (in enkele decennia is het aantal landen met een min of meer democratisch bestuur enorm gestegen), iets over democratieën in Afrika, de vertoning die ze er in de VS van maken, het functioneren van de Tweede Kamer, een beschouwing van een Duitse denker, en tot slot de boem-pats-zo doe je dat-oplossing van Maurice de Hondt. Als je een kwartiertje nadenkt over zo’n bijlage, kom je met  zulke ideeën.  ‘Een heel nummer over de minst slechte regeringsvorm’, meldt de krant zelf.

Die typering ergert mij, en hij geeft goed aan waarom de bijlage zo plichtmatig overkomt. Het is de heiligverklaring van democratie, alsof alternatieven ondenkbaar zijn. In elk geval zijn ze in deze tijd onbespreekbaar. Ook criticasters praten er altijd over op een manier dat democratie er nu eenmaal moet zijn. Het is een doel geworden, een dogma, een heilige graal. Voortdurend hoor of lees ik dat iets op een bepaalde manier moet gebeuren omdat dat democratisch is. Alsof dat op zichzelf een reden is. Sommige PvdA-afdelingen laten hun lijsttrekker ‘democratisch’ kiezen door iedereen, ook niet-PvdA’ers, stemrecht te geven. Dit soort zottigheid duurt totdat het een keer fout loopt, en daar kun je op wachten.

Democratie is geen doel, maar slechts een middel om je samenleving te besturen.  En dat middel is in de VS en ook in Europa volgens mij aan verontrustende slijtage onderhevig. Het onvermogen van zoveel politieke bestuurders om de grote problemen van deze tijd zelfs maar te benoemen, laat staan om er oplossingen voor te bedenken, zorgt onder burgers  voor groeiende onvrede. Het politieke gehakketak over kleinigheden, elkaar vliegen afvangen op de vierkante millimeter, grote woorden spreken zonder er daden aan toe te voegen en ze vervangen door andere grote woorden als dat beter uitkomt, de nietszeggende reflexen op gebeurtenissen of uitspraken van andere politici, het ultra-kortetermijndenken (niet eens meer de volgende verkiezingen, maar de volgende peilingen dicteren het programma), je zou er haast populistisch van worden.

Democratie heeft een kolossale weeffout in zich, die we tegenwoordig een ‘perverse prikkel’ noemen: wie persoonlijk afhankelijk is van herverkiezing, gaat vaak dat belang voorop stellen, in plaats van het algemeen belang dat hij geacht wordt te dienen. Terwijl democratie alleen goed functioneert als de uitvoerende spelers in meerderheid een moreel hoogstaande taakopvatting hebben en er een paar leiders zijn die daarin uitblinken, onafhankelijk denken en durf hebben. Die durf had Churchill in elk geval. Hij beloofde Groot-Brittannië “blood, sweat and tears”, en hij gaf er geen snars om of het hem populair maakte. Het was volgens hem de werkelijkheid, en die kon je maar beter benoemen. En overigens is het natuurlijk zo dat elk systeem goed functioneert als je te maken hebt met moreel hoogstaande, onafhankelijk denkende leiders. Een verlichte dictatuur is dan zo gek nog niet.

Voorlopig doen we het in Nederland en in Teylingen met democratie. Het aantal mensen dat wil nadenken over een ander politiek bestel neemt wel toe, maar een revolutie is niet op til. En dus is de relevante vraag hoe je het functioneren van de democratie kunt verbeteren. Mijn bijdrage daaraan is het volgende advies aan ieder die politiek functioneert: organiseer je eigen tegenspraak. Raadslid of wethouder, zoek iemand op met wie je eens in de maand op basis van volledige vertrouwelijkheid en vertrouwen een gesprek voert over wat je doet, wat je denkt, wat je wilt. Zoek iemand van buiten jouw politieke kring, iemand die in staat is om jou volkomen eerlijk zijn of haar waarheid te zeggen, iemand die voldoende persoonlijkheid heeft om jou niet naar de mond te praten, iemand die jouw ideeën kan toetsen aan de werkelijkheid die buiten de politiek heerst. Zulke mensen liggen niet voor het oprapen, en je zult misschien echt ‘out of the box’ moeten denken. Zelf zou ik als het kon misschien wel Winston Churchill vragen. Al was het maar omdat hij op een dag tegen me zou zeggen: “Als je tienduizend regels maakt, vernietig je het respect voor de wet”. Dan zou ik denken: dat is iets voor het verkiezingsprogramma.